Het doel van de opleiding is de jongere op een veilige en oordeelkundige wijze zowel manueel als machinaal schrijnwerk te leren vervaardigen en plaatsen.


Opleidingsfase: 2de en 3de leerjaar

Tijdens deze leerjaren wordt de opleiding Werkplaatsschrijnwerker uitgediept.
Het aantal uren praktijk wordt uitgebreider en vakgerichter.
Tijdens de lessen Geïntegreerde Algemene Vorming komen specifieke, aan de leefwereld van de jongere gekoppelde, thema’s aan bod.

8 lesuren Geïntegreerde Algemene Sociale Vorming (GASV)
3 lesuren Lichamelijke opvoeding.
2 lesuren Levensbeschouwelijke vakken.
19 lesuren Beroepsgerichte Vorming (BGV)

Kwalificatiefase: 4de en 5de leerjaar

Tijdens deze leerjaren wordt naast de uitbreiding van de uren beroepsgerichte vorming, ook aandacht besteed aan het uitvoeren van het gekozen opleidingsprofiel op de werkvloer. Vanaf het 4de leerjaar wordt een korte stage georganiseerd. Stage tijdens het 5de leerjaar kwalificatiefase verloopt gedurende een langere periode binnen de bedrijfswereld.

6 lesuren Geïntegreerde Algemene Sociale Vorming (GASV)
3 lesuren Lichamelijke opvoeding.
2 lesuren Levensbeschouwelijke vakken.
21 lesuren Beroepsgerichte Vorming (BGV)

Studiebewijzen Werkplaatsschrijnwerker:

Afhankelijk van het aantal verworven competenties behaalt de jongere het getuigschrift van:

  • Machinaal houtbewerker
  • Werkplaatsschrijnwerker